Publication View

Flexibility and insecurity : the impact of European variants of labour market flexibility on employment, income and poverty dynamics (2008). Armoedemobiliteit in de flexibele arbeidsmarkt : de impact van arbeidsmarktflexibilisering op armoedemobiliteit in de Europese welvaartsstaten

Abstract
Deze studie onderzoekt de impact van arbeidsmarktflexibiliteit op de werk- en inkomensonzekerheid van werknemers in verschillende Europese landen. Sinds het einde van de gouden jaren ’60 weerklinkt een luider wordende roep om meer flexibiliteit om economische performantie te vrijwaren. Tegelijk waarschuwen critici ervoor dat meer flexibiliteit ten koste kan komen van de zekerheid van werknemers. Dit onderzoek levert een bijdrage aan deze discussie door verschillende Europese varianten van flexibiliteit te onderscheiden en door te verkennen hoe deze varianten een invloed uitoefenen optewerkstellings-, inkomens- en armoededynamieken van werknemers in verschillendelanden. De studie focust op de rol en de gevolgen van tijdelijke jobs die ingezet worden als flexibiliteitsinstrumenten in de Europese arbeidsmarkten. Dit is relevant aangezien het aandeel tijdelijk werk al sinds de jaren ’80 aan een opgang bezig is binnen de EU-15. Bovendien kunnen tijdelijke jobs verreikende gevolgen hebben voor de zekerheid van werknemers omdat de kans groot is dat ze uitmonden in periodes van werkloosheid met inkomensverlies. Soms wordt het verschil tussen tijdelijke en vaste werknemers zelfs aangewezen als de nieuwe Europese ongelijkheid bij uitstek. De resultaten van dit onderzoek zijn gebaseerd op diverse longitudinale analyses op basis van de European Community Household Panel-dataset. Dit is een survey waarin individuen en huishoudens inveertien Europese landen gedurende acht jaar gevolgd werden (1994-2001). De survey peilt naar de inkomens- en tewerkstellingssituatie van individuen en huishoudens. De doctoraatsthesis laat zien dat de gevolgen van tijdelijke jobs voor de werk- en inkomenszekerheid van de werknemers dubbelzinnig geïnterpreteerd kunnen worden. Enerzijds functioneert een meerderheid van tijdelijke jobs als opstap naar vast werk, hetzij direct, hetzij indirect na een korte onderbreking door werkloosheid. Een grote meerderheid van de tijdelijke werknemers slaagt er ook in om hun langetermijn-participatie aan de arbeidsmarkt veilig te stellen, hoewel dit soms gepaard gaat met korteperiodes waarin deze individuen zich terugtrekken van de arbeidsmarkt. Anderzijds lijken tijdelijke werknemers relatief slecht af vergeleken met vaste werknemers. Tijdelijke werknemers lopen bijna twee keer zoveel kans op armoede in het jaar van hun tijdelijke job. Bovendien vertoont hun verdere carrière meer instabiliteit op het vlak van tewerkstelling, inkomen en armoede dan de carrière van vaste werknemers. Verder tonen we aan dat de rol van tijdelijk werk afhangt van de nationale variant van flexibiliteit in eenbepaald land. De continentale (bvb. Duitsland, Frankrijk, België, Oostenrijk) en de zuiderse (bvb. Spanje, Portugal, Griekenland, Italië) arbeidsmarkten in Europa worden vaak als ‘rigide’ bestempeld omdat ze er restrictieve arbeidsmarktinstellingen op nahouden. Dit betekent dat ze een hoog niveau van arbeidsmarktregulering kennen, alsook een sterke mate van centralisatie of coördinatie van loononderhandelingen, van vakbondsdekking, van loonregulering en van arbeidsbeschermende wetgeving. Daartegenover staan de liberale arbeidsmarkten (zoals het Verenigd Koninkrijk en Ierland). Deze arbeidsmarkten worden vaak bestempeld als ‘flexibele’arbeidsmarkten, omdat ze minder regulering kennen en minder restrictieve arbeidsmarktinstellingen. De resultaten van dit onderzoek suggereren dat er een verband bestaat tussen de nationale flexibiliteitsvariant en de gevolgen van tijdelijk werk. Transities van tijdelijk naar permanent werk komen het vaakst voor in het Verenigd Koninkrijk, een ‘flexibele’ arbeidsmarkt, en het minst vaak in de zuiderse landen met eerder ‘rigide’ arbeidsmarkten. Verregaande conclusies kunnen daaruit echter niet getrokken worden. Ten eerste zijn de resultaten minder eenduidig dan ze lijken op het eerste gezicht. Ierland, bijvoorbeeld, dat ook als ‘flexibele’ arbeidsmarkt gecatalogeerd wordt, scoort relatief slecht in dit opzicht. Ten tweede is de kwaliteit (in termen van duur en armoederisico) van de vaste jobs die volgen op tijdelijke jobs vaak slechter in het Verenigd Koninkrijk dan in de andere landen. De studie onderzoekt ook de stelling dat de ongelijkheid in jobzekerheid groter is in continentale dan in liberale landen (DiPrete, 2005). Volgens deze hypothese was het voor de liberale landen gemakkelijker dan voor de continentale en zuiderse landen om hun arbeidsmarkten aan te passen door middel van lonen. Nog volgens deze hypothese overschatten veel onderzoekers het rigide karakter van continentale en zuiderse landen en hebben deze landen hun arbeidsmarkten flexibeler gemaakt via tijdelijke jobs.De twee verschillende aanpassingsroutes (via lonen en via tijdelijke jobs) zouden dan resulteren in een trade-off tussen meer loonongelijkheid in de liberale en meer ongelijkheid op het vlak van jobzekerheid in continentale en zuiderse landen. Ons onderzoek formuleert drie conclusies omtrent deze hypothese. Ten eerste blijkt dat tijdelijke jobs een belangrijker aanpassingsmechanisme vormen in de continentale enzuiderse dan in de liberale landen: het aandeel tijdelijke jobs is vooral in de eerste landen toegenomen, terwijl het in de laatste landen stabiel gebleven of zelfs gedaald is. Zelfs de zogenaamd ‘rigide’ arbeidsmarkten hebben op deze manier dus aanpassingsroutes naar meer flexibiliteit ontwikkeld. Ten tweede blijkt dat de kloof in looninstabiliteit (te wijten aan werkloosheidsonderbrekingen) tussen tijdelijke en vaste werknemers groter is in de continentale en zuiderse landen (nl. in Duitsland, Frankrijk en Spanje) dan in de liberale landen (met name het Verenigd Koninkrijk). Dit betekent dat de lasten van flexibilisering in grotere mate op de schouders van tijdelijke werknemers terechtkomen in de continentale en zuiderse dan in de liberale landen. Daardoor zijn de continentale en zuiderse arbeidsmarkten sterker gesegmenteerd rond de tegenstelling tijdelijk-vast werk dan de Britse arbeidsmarkt. Ten derde is erweinig overtuigend bewijsmateriaal voor de stelling dat de grotere ongelijkheid in jobzekerheid tussen tijdelijke en vaste werknemers in de continentale en zuiderse landen een compensatie vormen voor de lagere loonflexibiliteit in deze landen. Onze bevindingen tonen daarentegen aan dat loonflexibiliteit niet het monopolie van de liberale landen is. Meer bepaald vinden we in Frankrijk grotere looninstabiliteit bij werkenden dan in het Verenigd Koninkrijk. Met andere woorden, in plaats van een trade-off tussen twee aanpassingsroutes -namelijk aanpassingen via lonen en aanpassingen via tijdelijke jobs-, zien we dat sommige landen beide routes cumuleren. Ten slotte laat het doctoraatsonderzoek zien dat omvattende welvaartsinstellingen en een actief arbeidsmarktbeleid belangrijke instrumenten zijn met het oog op een flexicurity-beleid. De instabiliteit van het arbeidsinkomen van werknemers wordt het best gereduceerd in het geval van sterke sociale zekerheids- en bijstandssystemen. Het poolen van inkomsten en noden binnen het huishouden vormt een minder betrouwbare stabilisator. Daarnaast beïnvloeden vrijgevige werkloosheidsuitkeringen en een actief arbeidsmarktbeleid (zoals in Denemarken) de perceptie van de gevolgen van tijdelijk werk in positieve zin: zo zijn er in Denemarken meer tijdelijke werknemers met een onstabiele carrière die desondanks aangeven dat ze tevreden zijn met hun jobzekerheid. Voor beleidsmakers die een combinatie van flexibiliteit en zekerheid nastreven, is het dus belangrijk om deze traditionele welvaartsinstellingen te bewaken of te versterken.. This study examines the impact of labour market flexibility on the employment and income insecurity of employees in several European countries. Since the end of the golden sixties, there has been a loudening call for more flexibility in order to safeguard economic performance. At the same time, critics have warned that increasing flexibility might come at the expense of the security of workers. This study contributes to this discussion by throwing a light on the divergent flexibility constellations across Europe and by exploring how these constellations affect the employment, income and poverty dynamics of employees in the respective countries. The study focuses on the role and on the consequences of temporary jobs as flexibility instruments in different European labour markets. The share of temporary employment has been on the rise since the 1980s in the EU-15. Moreover, temporary jobs have potentially far-reaching consequences for the security of workers, because they are likely to lead to unemployment spells with concomitant income loss. Some authors even call the distinction between temporary and permanent work a new European inequality. The findings of this study are based on diverse longitudinal analyses on the European Community Household Panel-dataset. This survey followed individuals and households in fourteen European countries during eight years (1994-2001), asking them about their employment and income situation. The study shows that the consequences of temporary jobs for the employment and income security of workers are ambiguous. On the one hand, the majority of temporary jobs function as steppingstones into permanent work, either directly or indirectly after a short unemployment spell. A large majority of the temporary workers also succeed in securing their long-term labour market inclusion, although this sometimes goes accompanied with short withdrawals from the labour market. On the other hand, when comparing temporary to permanent workers, the former are significantly worse off than the latter. Not only do temporary workers face higher poverty risks in the year of their temporary job, but they also display higher employment, income and poverty instability than permanent workers in subsequent years. In the thesis, it is argued that the role of temporary work depends upon the national flexibility variant in each country. The continental (e.g. Germany, France, Belgium, Austria) and southern (e.g. Spain, Portugal, Greece, Italy) European labour markets have often been characterized as ‘rigid’ because of their restrictive labour market institutions. This means that they have high levels of labour market regulation, of wage bargaining centralization/coordination, of union coverage, of wage regulation and of employment protection legislation. The liberal European labour markets (e.g. the United Kingdom, Ireland), by contrast, have often been denoted as ‘flexible’, because their labour markets are characterized by lower levels of regulation and less restrictive labour market institutions. The findings of the study point towards a link between national flexibility variants and the consequences of temporary work. Transitions from temporary into permanent work occur most frequently in the United Kingdom, a ‘flexible’ country and least frequently in the southern European countries, which are ‘rigid’ countries. However, such comparisons must be approached with caution. First, the results are much more ambiguous than that; for example, Ireland, another ‘flexible’ country scores relatively bad in this respect. Second, there is evidence that the quality (in terms of duration and poverty risk) of the permanent jobs obtained after a temporary job is often worse in the United Kingdom than in other countries. The study also examines the claim of the theory of generalized inequalities (DiPrete, 2005) that job security inequalities are larger in continental than in liberal countries. According to this hypothesis, it has been easier for the liberal countries to adjust their labour markets through wages than for the continental/southern countries. At the same time, it postulates that the rigidity of continental and southerncountries has been overestimated because these countries have relied to a large extent on temporary jobs as an adjustment mechanism. The result of this difference in adjustment routes is a trade-off between higher wage inequality in the liberal and higher job security inequality in the continental/southern European countries. Furhter examining this hypothesis, we reached three conclusions. First, a differential evolution in the share of temporary work over time suggests that temporary jobs have been more important as adjustment mechanisms in the continental/southern countries than in the liberal countries. This means that even the so-called rigid labour markets have developed adjustment routes towards higher flexibility. Second, the gap in unemployment-related wage instability between permanent and temporary workers appears to be larger in the continental/southern (i.e. Germany, France, Spain) than in the liberal countries (i.e. United Kingdom). This means that the burden of flexibility comes disproportionately more on the shoulders of temporary workers in the continental/southern than in the liberal countries. It implies that the former countries are more strongly segmented around the permanent-temporary distinction than the British labour market is. Third, the evidence that larger job and employment security inequalities in the continental/southern labour markets are some kind of compensation for the lower degree of wage adjustment in these countries is not convincing. Rather, the findings suggest that wage flexibility is not the monopoly of the liberal countries, because in France, for example, wage flexibility was larger than in the United Kingdom. In other words, some countires seem to accumulate the different routes of labour market adjustmenet rather than trading one route off for another. Finally, the thesis shows that traditional instruments such as comprehensive welfare institutions and activelabour market policies are important for reaching flexicurity. The initial labour income instability of employees is most adequately reduced in the case of strongly decommodifying social security and social assistance systems. Household pooling of income and needs is a less reliable stabilizer of labour income. Furthermore, generous unemployment benefits and active labour market policies (e.g. in Denmark) might also help to change the perception of the consequences of temporary work: for example, more temporary workers with unstable careers and sequential temporary jobs claimed to be satisfied with their job security in Denmark than in other countries. These findings suggest that strengthening these traditional welfare institutions probably offers the best prospects for combining flexibility with sufficient levels of security in current societies.. Doctor in de Sociale Wetenschappen. OE Centrum voor Sociologisch Onderzoek. Faculteit Sociale Wetenschappen. Faculteit Sociale Wetenschappen. Doctoral thesis. Doctoraatsthesis

Publication details
Download http://hdl.handle.net/1979/1753
Publisher K.U.Leuven
Contributors Berghman, Jozef
Repository K.U.Leuven Doctoral Theses (Belgium)
Type Electronic thesis or dissertation, Elektronische thesis of dissertatie
Language English